Nederland en Marokko lijken op het eerste gezicht ver uit elkaar te liggen. Maar hoe beleefden Nederlanders in de zeventiende eeuw eigenlijk Marokko, het land aan de rand van hun bekende wereld? En welke rol speelden kaarten en atlassen hierin?
Eerste Nederlands-Marokkaanse verdrag
In 1610 vindt een historische gebeurtenis plaats. Na jaren van lobbyen, wordt het eerste verdrag tussen de Nederlandse Republiek en de Marokkaanse sultan gesloten. Het is het eerste verdrag dat de Nederlanders sluiten met een Islamitische staat in het Middellandse Zeegebied en ook de eerste officiële overeenkomst tussen een Europees land en Marokko. Het zetten van de handtekeningen markeert dus een belangrijk moment in zowel de Nederlandse als de Marokkaanse geschiedenis. De decennia erna ontwikkelt de Nederlands-Marokkaanse relatie zich verder, maar de interacties verlopen stroef en worden getekend door zeerovers en kapers die vanaf de Noord-Afrikaanse kust opereren. De betrekkingen in de lange zeventiende eeuw zijn de laatste jaren steeds vaker onderzocht, maar hoofdzakelijk vanuit diplomatiek oogpunt. Visuele bronnen, zoals kaarten, worden over het hoofd gezien, terwijl ze een schat aan informatie bevatten.
In de collectie van Het Scheepvaartmuseum zijn verschillende van deze bijzondere, rijkversierde kaarten en atlassen te vinden. Door deze bronnen juist bij historisch onderzoek te betrekken, komt een gedetailleerder beeld naar voren over de Nederlandse vroegmoderne beeldvorming van Marokko en hoe de zeventiende-eeuwse Nederlander naar de wereld keek.
Cartografie als visuele cultuur
Kaarten en atlassen vormden – en doen dat in feite nog steeds – een essentieel deel van de Nederlandse (visuele) cultuur. Ze dienden uiteraard als navigatiehulpmiddel, maar werden ook gebruikt om nieuws van over de hele wereld te contextualiseren en te leren over verre landen en mensen. Cartografen en uitgevers concurreerden erop los en speelden zo goed mogelijk in op de wensen van hun clientèle. Omdat een kaart dus niet uitsluitend gebruikt werd om van A naar B te komen, gaat er veel meer achter een kaart en een atlas schuil dan op het eerste oog misschien het geval lijkt.
In mijn Prof. J.M.C. Warnsinck Fellowship onderzoek ik de teksten in atlassen, de iconografische aspecten en de ontstaansgeschiedenis, en leg ik verbindingen met andere typen bronnen, zoals reisverslagen, kostuumboeken en andere contemporaine uitgaves. Hierdoor kan de Nederlandse visuele cultuur beter begrepen worden en werp ik nieuw licht op de Nederlands-Marokkaanse betrekkingen in de zeventiende eeuw.
Marokko door Nederlandse ogen
Tijdens mijn onderzoeksmasterscriptie aan de Universiteit Leiden bestudeerde ik de positie die de koninkrijken Marokko en Fez innamen in de Nederlandse vroegmoderne beeldvorming. Hoe werd het gebied afgebeeld in cartografische bronnen en kostuumboeken? Wat zegt dat over de manier waarop de Nederlanders over de Marokkanen en Fessi’s dachten? En welke plek gaven zij de Noord-Afrikanen in hun wereldbeeld? Als fellow bij Het Scheepvaartmuseum bouw ik verder op mijn onderzoeksbevindingen en duik ik dieper in de bijzondere cartografische bronnen die het museum rijk is.